Zoeken

Red de beer (en zoveel meer)

Ik heb een vraag: Hoe kan ik rust vinden in de tweestrijd die ik ervaar?


De tweestrijd gaat over het naar buiten brengen OF binnen houden van wat ik zie en voel en ervaar.

Ze gaat over mijn waarheid waardevol achten en ze uiten, los van wat anderen ervan denken OF me inhouden uit angst voor afwijzing en het verlies van goedkeuring door anderen.


De meest rake antwoorden op vragen die in me leven, verschijnen soms verbazingwekkend eenvoudig. Vandaag kwam het antwoord door het boek ‘De Ontembare Vrouw’ (de laatste tijd hou ik het weer dicht bij me in de buurt, het is een krachtige gids voor wie ik nu ben) willekeurig te laten openvallen:


‘Door vergelijkbare gebeurtenissen die tijdens ons leven zijn voorgevallen zien we dat wanneer vrouwen hun mond niet opendoen, wanneer niet genoeg mensen hun mond opendoen, de stem van de Ontembare Vrouw zal verstommen, waardoor wat natuurlijk en wild in de wereld is dus ook zal wegsterven. Wolven, beren en roofvogels zullen uiteindelijk wegsterven. Liederen, dansen, scheppingen zullen wegsterven. Liefhebben, beter maken en omhelzen zullen wegsterven. Lucht en water en de stemmen van het bewustzijn zullen wegsterven.’*


Deze woorden belanden regelrecht en zonder omwegen in mijn kern, op de plek waar ik Weet, waar mijn waarheid geduldig wacht op mij.



Even later valt mijn oog op dit fragment:

‘Om een krachtig leven te kunnen leven, moeten we verschillende offers brengen. (…) Als je wilt creëren, moet je oppervlakkigheid, een bepaalde zekerheid en vaak je wens om geliefd te zijn opofferen, zodat je gebruik kunt maken van je diepste inzichten, je verstrekkendste visies.’*


Duiken onder de oppervlakte van mijn bestaan, zekerheid opgeven, mijn wens om geliefd te zijn loslaten, is de enige manier om mijn leven krachtig te leven, om mijn inzichten en visie hun weg te laten volgen naar waar ze bedoeld zijn te landen: in de eerste plaats in mezelf, en zeker weten ook in andere zielen.


De tweestrijd waarover ik hier spreek, wordt onder andere opgeroepen door de situatie op het grote toneel: de toestand waarin onze wereld zich vandaag bevindt.

De keuze is aan mij: doe ik mijn mond open, of draag ik bij aan het wegsterven van wat natuurlijk en wild is, ons hoogste goed.


De keuze die ik nu maak: Ik uit mijn waarheid, los van wat anderen ervan denken, en met de angst om afgewezen te worden. Ik neem de beide mee.

Here I come.


Het huidige wereldtoneel doet bij mij vragen rijzen over hoe wij ons als mensheid schijnen te gedragen:


Hoeveel macht zullen we nog uit handen geven vooraleer we terug durven vertrouwen op ons eigen innerlijke weten, onze wilde natuur?


Hoe vaak zullen we nog zwijgen en volgen, binnen onze kooi blijven?

Zullen we blijven proberen ons sterk te maken met het waanidee dat anderen het toch wel zeker beter weten dan wijzelf?


Hoezeer blijven we geloven dat we verantwoordelijk zijn voor de gezondheid, het geluk, het leven van een ander? En dat een ander verantwoordelijk zou zijn voor onze gezondheid, geluk en leven?


Hoelang nog zullen we op tijd en stond wegkwijnen in gevoelens van schuld en schaamte, in oordelen over goed en slecht?


Hoelang nog blijven we een speelbal van machten die zich op onze rug (en letterlijk ook op de rest van ons lichaam) machtiger willen maken?


Hoelang nog hangen we onze identiteit op aan wat door de milennia en eeuwen heen gepositioneerd is geraakt als ‘juist’, ‘goed’, ‘waar’ door mensen die we de eer gaven het voor het zeggen te hebben?


Hoeveel van onze vrijheid zullen we nog uit handen laten nemen voor we onszelf bevrijden uit aangeleerde patronen en overlevingsmechanismen, die ons beperken in het leven vanuit onze oer-sprong (de sprong die we ooit waagden richting Aarde), vanuit het fundament van wie we zijn?


Kan het zijn dat ‘evidence based’ het allesoverheersende credo is waarop we ons als mensheid baseren voor elke keuze die we maken?

Kan het zijn dat het halsstarrig vasthouden aan dit credo ons letterlijk lam legt? Lam in doen, lam in denken, lam in voelen, lam in Weten wie we zijn en wat ons te doen staat? Kan het zijn dat we hierdoor voorbij gaan aan een belangrijk deel van onze essentie?


Kan het zijn dat we onze helderheid van denken en beschouwen hebben overgedragen aan machten buiten ons, die (verblind door macht?) aan helderheid lijken in te boeten? Ooit gaven we de macht aan de Kerk, dan aan de politiek, nu aan de wetenschap. Wat is het volgende?


Het lijkt alsof we tussen onze macht uit handen geven en ons innerlijk weten in, een muur hebben laten optrekken.

Zou het kunnen dat de marketing, die wereldwijd gevoerd wordt, haar naam draagt? Dat de propaganda die onze strot wordt ingeduwd, hierop gebaseerd is? Is het in haar naam dat het onophoudelijk en steeds frequenter wissen van ‘gevaarlijke’ informatie gebeurt? Zou het kunnen dat die muur ‘angst’ heet?


Stel je voor dat het volgende waar zou zijn:

We laten door de wijd verspreide angst ons fysieke gestel in stress duwen: de ideale context waarin onze natuurlijke afweermechanismen tegen dingen die kwalijk voor ons zijn, de benen nemen.

Ons denken wordt afgevlakt door éénzijdige informatie, door het willekeurig aanwenden of bewust negeren van wetenschappelijk materiaal, van statistieken, van cijfers, van persoonlijke getuigenissen.

Als angst de boventoon voert, wordt ons voelen beheerst door ons reptielenbrein, het enige stukje brein dat dan bereikbaar is. Haar benaming geeft prijs welk gedrag uit dit deeltje brein voortkomt: het schichtig en bang ontvluchten van alles wat onbekend en nieuw is. Open rondkijken en pienter blijven opmerken wat steek houdt en wat niet, zit er in deze modus simpelweg niet in.

Ons Weten wordt in een donker hoekje achtergelaten, omdat we zijn vergeten dat onze wilde natuur ons ALTIJD nabij is om ons de waarachtige weg te tonen, de weg die leidt naar waar we thuishoren, de tegenpool van de opgetrokken muur van angst: ‘vertrouwen’.



Zijn we als mensheid niet al eerder in die val gestrikt? Zijn we als mensheid niet al vaker massaal als een kudde brave schapen meegegaan in de waarheid van machten buiten ons? Heeft de angst als raadgever niet al vaker voor een stevige ontmenselijking van onze samenleving gezorgd?


Wat maakt ons zo vatbaar voor angst?

Waarvoor zijn we zo bang?

Voor de dood?

Voor het leven?


Zou ook maar één van deze dingen ons angst inboezemen, als we ons zouden her-inneren dat ALLES zin heeft, dat ALLES tot doel heeft ons te laten groeien in bewustzijn, dat ALLES ons vooruit wil helpen?


Deze hele mondiale situatie klopt voor geen anderhalve meter. Er hangt voor mij geen luchtje aan, maar een alles-verzwelgende stank.

En toch heeft ook deze ernstige geurhinder een doel. Ze stelt onze ‘normaal’ geworden manier van in het leven staan (die al eeuwen voortduurt) kernachtig in vraag:


Hoeveel sterker nog zullen we geprikkeld moeten worden vooraleer onze neus en andere zintuigen (meer dan enkel de fysieke) terug werkelijk zullen opengaan?

Hoeveel heftiger zal de situatie in onze buitenwereld nog moeten worden voor we terug de beweging naar binnen maken?

Wanneer, beste mensheid, zullen we wat natuurlijk en wild en wijs is, weer eren?

Zijn we in staat om de wolven, beren en roofvogels in onszelf weer tot leven te wekken?

Zijn we bereid om onze onmetelijke kracht te aanvaarden, en er verantwoordelijkheid voor te nemen?


Lijvige vragen misschien.

Ik schrijf in de ‘we’-vorm, maar spreek met deze vragen op de eerste plaats mezelf aan. Omdat ik besef dat buiten binnen volgt, en er dus blijkbaar in mij overtuigingen en kwetsuren leven, die deze omstandigheden in mijn leven oproepen als spiegel en uitnodiging om te groeien in bewustzijn.

En omdat deze realiteit in héél veel mensenlevens verschijnt, vermoed ik dat er collectieve thema’s klaarstaan om door ons gezien en erkend te worden.


Met alles wat ik schrijf, be- of veroordeel ik niets of niemand.

Ik engageer me om elke manier van ‘de mond opendoen’ in zijn waarde te laten, en in eigen boezem te kijken als de waarheid van een ander me raakt of pijn doet. En om mijn grenzen aan te geven als ik gepusht wordt in een andere richting dan de richting die kloppend voelt voor mij.


Wat ik hier schrijf, is mijn waarheid op dit moment. Ik wil ze delen, omdat ik weet dat veel mensen zich te bang en te klein voelen om hun waarheid te omarmen, of die er nu hetzelfde uitziet als de mijne of niet. Misschien inspireer ik hiermee anderen om op de voor hen gepaste manier ook zichzelf te uiten.



Want onze waarheid waarachtig en zuiver uiten is nodig voor het behoud van onze wilde natuur. Zo kunnen we blijven liefhebben, beter maken en omhelzen. Zo blijven de lucht en het water en de stemmen van het bewustzijn bestaan. En de beer (en zoveel meer) ook.


Leen


* met dank aan Clarissa Pinkola Estés, voor het schrijven van haar boek ‘De ontembare vrouw’ (2017, Altamira)

232 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Volg Leen

  • Facebook - White Circle

​© 2019 by Leen.